Op een snikhete zondag verzamelden een twintigtal leden en sympathisanten van AHOSA vzw aan de ingang van de voormalige steenbakkerij Frateur in Noeveren, een gehucht in de pittoreske Rupelstreek. Na enig wachten op deelnemers die – zoals ondergetekende - aan de verkeerde kant van de fabriekssite afstapten en na de afhandeling van enkele technische problemen met de draadloze geluidsapparatuur (dank je, Vera) kon de gids beginnen met de rondleiding. 

De site Frateur is de enige vrijwel volledig bewaarde steenbakkerij uit de streek en is in bedrijf gebleven tot in de jaren 1970. Onze gids Carine legde met passie en bevlogenheid uit hoe de harde klei gemengd wordt met zavel (kiezelzand) en water, eerst geperst wordt tot pellets en daarna tot een lange balk, die met een draad tot bakstenen wordt gesneden. De enorme machines werden eerst aangedreven door stoom, daarna door een dieselmotor en tenslotte een elektrische motor. Het lawaai en de drukte in de machinehal moeten vreselijk zijn geweest. Een deel van de keten is nog altijd operationeel en de werking ervan werd gedemonstreerd en voorzien van spitante commentaren door museummedewerker Walter. 

Hij bewerkte onder meer het kleimengsel tot kleihompen – walken genaamd - in een authentieke walkmachine. Wat later in de rondleiding zou hij demonsteren hoe de walken bewerkt worden tot dakpannen – want alle Boomse dakpannen zijn volledig met de hand gevormd. Het moet een uitputtende karwei zijn geweest waarbij een keten van drie arbeiders, waaronder vrouwen, aan de lopende band met de hand de klei in de juiste vorm duwden en daarna te drogen legden in rekken. Om hun dagquota te halen mochten ze niet langer dan 20 seconden aan elke dakpan besteden, haast ongelooflijk als je ziet hoe zwaar en nauwgezet het werk moet geweest zijn. 

Carine vertelde over de schrijnende toestanden van kinderarbeid, waaraan niemand ontsnapte in de streek. Toen in 1889 de eerste wet op kinderarbeid van kracht werd, zorgde de burgemeester van Boom dat deze omzeild werd in de Rupelstreek. Bij inspecties waren vluchtwegen waarlangs de kinderarbeiders konden ontsnappen aan de controleurs. We wandelden door de lange droogloodsen, waarin de bakstenen te drogen werden gelegd voor ze naar de oven gingen, naar de andere kant van de 4 hectare grote site. Daar bezochten we de klampoven en de ringoven, waarin het overigens aangenaam koel was. Beide ovens werden gestookt met kolen, die brandden tussen de opgestapelde bakstenen. In de modernere ringoven kon het bakken continu gebeuren door de bakzone te laten opschuiven. 

De beste bakstenen werden ‘klinkaart’ genoemd, tevens de titel van een roman van Piet Van Aken waarin de eerste werkdag van een jong meisje in een steenbakkerij wordt beschreven.
Jammer genoeg is deze unieke site bedreigd. De huidige eigenaar wil het terrein benutten om er woningen op te zetten. Er is een actie opgestart om het museum te redden, maar de uitkomst blijft onzeker. 

Na afloop van dit boeiende bezoek gingen we onze dorst lessen en wat napraten in een authentiek dorpscafé. Opnieuw een geslaagd bezoek van een bijzondere plek.

Samen mooie momenten maken.