Naar aanleiding van de Internationale dag van het gehoor en het 30-jarig bestaan van de bacheloropleiding audiologie, organiseerde de Arteveldehogeschool een studie/netwerkdag op dinsdag 3 maart 2026.
Claire Tollenaere en Rita Verstraete tekenden present voor AHOSA vzw. Rita verzorgde samen met de collega’s van Hoornetwerk Vlaanderen een infostand. Er was heel veel interesse en het was zeer interessant om te netwerken met alle standbezoekers.
Op het programma stonden in de voormiddag een aantal key-notesprekers, die interessante lezingen brachten en in de namiddag werden keuzesessies voorzien met specifiek audiologische onderwerpen.
Het centrale dagthema richtte zich op de wat de zorgvrager precies verwacht van de professional. Dit werd reeds van bij aanvang duidelijk door de getuigenis van “ Geeske Van Voorthuijsen”, die vanuit haar ervaring als slechthorende een boek heeft geschreven “Als oren niet horen”. Er worden daarin heel wat tips gegeven voor de directe (zorg)omgeving, heel rijkelijk geïllustreerd met aantrekkelijke en duidelijke tekeningen. Daarnaast werd ook een folder ontwikkeld “Zo versta ik jou”. De boodschap voor de audioloog was dat er naast technologische hulpmiddelen nog andere oplossingen zijn die gericht zijn op de mentale impact van het gehoorverlies waarbij (het verbeteren van) de communicatie cruciaal is.
Dokter Emilie Cardon, een expert in de neurowetenschappen (UA), had het over neuroplasticiteit, meer bepaald over het gehoor als kompas voor een plastisch brein. Onze hersenen hebben het vermogen om zich aan te passen aan een veranderende omgeving. Het brein gaat door verschillende kritische periodes. In het eerste levensjaar zien we een piek voor het gehoor. De tweede kritische periode richt zich op taalverwerving, en de derde op hogere cognitieve functies. Deze laatste blijven en maken het mogelijk dat we “levenslang kunnen leren”, zij het dat het moeilijker en trager gaat naarmate we ouder worden. Het is belangrijk inzicht te krijgen in deze periodes, zodat er ook optimaal kan gehandeld worden: vb. het plaatsen van een CI, eens het kind als doof gediagnosticeerd wordt. Het brein blijft immers niet altijd even plastisch door verschillende anatomische oorzaken, maar dat heeft als voordeel dat er “synaptische wildgroei”(de plaats waar de plasticiteit wordt gestuurd) wordt voorkomen en de stabiliteit in de hersenen gegarandeerd blijft. Andere zintuigen kunnen niet altijd het gehoorverlies compenseren, zoals vaak wordt gedacht. Er kunnen wel meer complexe vaardigheden verbeteren, zoals de visuele detectie van beweging of het lokaliseren van visuele prikkels. Bij doofheid is er geen totale re-organisatie van de hersengebieden, maar via voortdurende herhaling binnen het ene gebied kan er toch wat verbetering bekomen worden, wat belangrijk is voor de gehoorrevalidatie. Plasticiteit is niet altijd even gunstig. Dit zien we bij het (ontstaan en voortduren van) tinnitus. Het gemis door gehoorschade wordt opgevangen door allerlei mechanismen. Daardoor ontstaat er soms een overdreven activiteit wat leidt tot negatieve geluidservaring.
Uit studies blijkt dat gehoorverlies cognitieve achteruitgang versnelt. Bijgevolg is gehoorverlies een cruciale risicofactor voor dementie. De link blijft wel complex en het causaal mechanisme is nog steeds onduidelijk. Voor mensen die een verhoogd risico hebben op cognitieve achteruitgang kan gehoorrevalidatie een oplossing zijn om dit proces te vertragen.
De conclusie is dat duurzame veranderingen in ons eigen gedrag de beste manier zijn om het brein succesvol te kneden.
Nele Dufourmont, docent en onderzoeker bij de Arteveldehogeschool, bracht een stand van zaken over het éénjarig project: “Generatie goed gehoor”. De onderzoeksvraag situeert zich rond de kansen om via primaire interventie het aantal personen met dementie in de toekomst te verlagen. Onderzoek in de categorie 65 tot 75-jarigen, wijst uit dat van de 17,1 % zelfgerapporteerd gehoorverlies, slechts 42,8 % een gehoortoestel draagt. Er is gemiddeld 8,9 jaar tussen in aanmerking komen en effectief gebruik van het hoortoestel. (Gegevens EuroTrak 2025). Het doel van het project is een protocol ontwikkelen om mensen te ondersteunen bij het starten van het behandelen van gehoorverlies. Dit veronderstelt gedragsverandering bij de betrokkenen, maar ook inzicht in gehoorverlies bij de zorg, waarbij er gefocust wordt op de huisarts, de directe omgeving en de overheid. Het project loopt af in mei 2026, maar de hoop leeft om het verder te kunnen zetten in de toekomst.
Dr. Kasper Bormans bracht een lezing met een ronkende titel: ”Wat Alz? Over de kern van communicatie, de kracht van dromen en het wonder van relaties”. Hij heeft een doctoraat geschreven dat handelt over een verschuiving in het “kijken naar mensen met dementie”. Het is beter zich te concentreren op het communicatieverlies i.p.v. op het geheugenverlies. Dit is een hoopvol signaal en het kan aan die mensen ook toekomstperspectief geven. Enkele principes uit de reclamewereld bieden inspiratie om “gehoor te geven” aan mensen met dementie. Zo had hij het over een positieve benadering om via de “ja-kamer” ook “ja-antwoorden” te krijgen, om via een schommel generaties samen te brengen en samen het juiste ritme te vinden. De medemens blijft altijd het beste medicijn; verbeelding, verbinding en verwondering blijven daarbij de belangrijke principes. De boeken van Bormans zijn ongetwijfeld de moeite waard: “Tijd maken voor mensen met dementie” en “Schommelen op het ritme van mensen met dementie”.
Minister Rob Beenders liet zich jammer genoeg “last minute” verontschuldigen maar had een bemoedigende, maar eveneens uitnodigende videoboodschap klaar. Dankzij de “Internationale Dag van het Gehoor” wordt een wereldwijd bewustzijn gecreëerd voor mensen met een gehoorverlies, die niet “ondanks” maar “met” de beperking kunnen functioneren. De zorg moet oog hebben voor de precieze noden van de personen met gehoorverlies en rolmodellen, zoals de minister er zelf een is, blijven daarbij zeer belangrijk.
Leo De Raeve, directeur van ONICI (Onafhankelijk Informatiecentrum voor (mensen met)CI), bracht kort de geschiedenis van de organisatie, maar richtte zich vooral op de toekomst. Met een verruiming tot doel wordt ONICI ingekanteld in de Arteveldehogeschool en overgenomen door een team van onderzoekers en docenten: Artevelde Academy. Daarbij blijft de samenwerking met C-teams, ziekenhuizen, Universiteiten, hogescholen, revalidatiecentra…in België en Nederland behouden. Bijscholingen onder vorm van webinars en studiedagen staan op de prioriteitenlijst.
Jarle Franceus is coördinator van het team, dat ook zijn schouders zet onder de oprichting van een post-graduaatsopleiding “ Hearing, Implants and Rehabilitation”. Omwille van het internationaal karakter is de voertaal van de opleiding, die start in september ’26, Engels. De doelgroepen zijn heel breed: logopedisten en audiologen, als voor psychologen, ondersteuners in het onderwijs…kortom iedereen die met dove en/of slechthorende mensen in contact komt. De vorming gebeurt hoofdzakelijk on-line, met een terugkom/opdrachtweek in het voorjaar.
Algemene, samenvattende conclusie: heel interessante lezingen, toekomstgericht en met veel aandacht voor menselijke relaties, communicatie en verbinding waarbij audiologie en technologie een belangrijk onderdeel van vormen. Nuttig netwerkevent!
Verslag: Claire Tollenaere. Maart 2026